Collectanten

 door William Wilbers 


Collectanten: ze zijn er in alle soorten en maten. Vrijwel iedere ziekte, ramp, oorlog of hongersnood heeft tegenwoordig wel een stichting of vereniging die via collectes geld voor het goede doel probeert in te zamelen. Op zich een nobel streven, ware het niet dat veel collectanten vaak irritant en soms zelfs ronduit onbeschoft zijn.

Denk nu niet dat ik gierig ben. Ik steun een paar zorgvuldig uitgekozen goede doelen via een jaarlijkse donatie, en bij huis-aan-huiscollectes ben ik ook niet te beroerd om wat muntgeld in de bus te stoppen. Waar ik echter een broertje dood aan heb zijn collectanten, ledenwervers en andere ‘bedelaars’ die argeloze passanten overvallen tijdens het winkelen, boodschappen doen of uitgaan. Die je hondsbrutaal een rammelende bus onder je snufferd duwen met een air van “en waag het maar eens om niets te geven!”

Toen ik onlangs boodschappen ging doen bij ‘de grote Albert Heijn’ was het weer eens zo ver. Beide ingangen van het winkelcentrum werden strategisch belegerd door twee collectanten per entree. Ik probeerde nog een sluiproute langs de vijandelijke linies uit te stippelen, maar helaas: mijn omtrekkende beweging werd meteen doorzien en binnen de kortste keren werd ik bestormd door een van de overijverige inzamelaars. “Uw bijdrage graag!” Zonder te vragen waar die bijdrage dan wel voor mocht zijn wilde ik doorlopen, maar daar kwam nummer twee al ‘toevallig’ aanmarcheren, met een inschrijfformulier in de aanslag. Pure afpersing dus: wil je niet lastig gevallen worden met een smeekbede of verkooppraatje om lid van het of ander te worden, dan moet je maar snel wat munten in de collectebus doen.

Begrijp me niet verkeerd: ik vind het knap dat collectanten vrijwillig hun tijd en energie in een goed doel steken. Maar ik weiger m’n portemonnee te trekken voor iedereen die daar om vraagt, en ik heb er een godsgruwelijke hekel aan om daarover in discussie te gaan. Ik ben aan niemand verantwoording schuldig, alleen aan mijn eigen geweten. En dat zit wel snor, ook al probeert het tweetal bij het winkelcentrum mij op mijn schuldgevoel te werken en me kost wat kost te laten geloven dat ik een asociaal onmens ben als ik niet doneer. Met een inmiddels nors “niet geïnteresseerd” doorbreek ik tenslotte met een zachte maar besliste duw de stellingen en ga ik mijn boodschappen doen.

Als ik een half uurtje later weer naar buiten stap en de verkoper van de daklozenkrant me vrolijk “Lekker zonnetje, niet?” toeroept komt dezelfde rammelaar weer op me af: “Uw bijdrage graag!” Lef, inzet, of koppige domheid? Ik draai me resoluut om, loop naar de dakloze, maak een gezellig kletspraatje en verlos hem uiteindelijk van zijn laatste vijf krantjes. Daarna loop ik ten tweedenmale richting mijn auto. “Krantje kopen?” roep ik in het voorbijlopen snerend naar de twee collectanten. “Nee? Veel succes verder!”



Reageer