In Naam Des Heeres II: De Grote Jongens

  door Marc Appels  


Er was eens een oud industrieterrein in een dorp binnen de Politieregio Midden- en West-Brabant. Op dat terrein stond een leeg bedrijfsgebouw. In afwachting van de sloopvergunning verhuurde de eigenaar het gebouw op tijdelijke basis aan allerlei partijen. Nou, allerlei... Van begin af aan was het aantal Oost-Europese nummerplaten rondom het gebouw nogal talrijk. De eerste club van onze verre oosterburen zat duidelijk in het - al dan niet illegale - vlees. Geen enkel punt, maar ze stapelden het afvalvlees nogal hoog op in de containers. En dat begon dan in het weekend behoorlijk te stinken. Ook geen enkel punt: er kwamen klachten en daar werd meteen op gereageerd door de autoriteiten. Snel daarna verdween de club in het niets.

Het gebouw stond weer een tijdje leeg tot de volgende ‘vriendengroep’ arriveerde. Ditmaal een nog hoger gehalte aan Mercedessen , Audi’s en BMW’s met Oost-Europees kenteken. “Moet kunnen”, hebben de ondernemers vast een paar weken lang gedacht. Tot een van de buren een ‘zoetig, weeïg luchtje’ begon te ruiken. Het werd de betreffende ondernemer snel duidelijk dat het hier om wiet ging. En niet te zuinig. Twee maal, ik herhaal: twee maal is de betreffende ondernemer bij de burgemeester zelf geweest om dit melden. En twee maal kreeg hij te horen dat er ´niet genoeg mensen waren om dit te bekijken´.


Toen kwam de dag dat de ondernemer twee snelheidsbekeuringen tegelijkertijd in de bus kreeg. Dit maakte hem zo spinnijdig dat hij voor de derde maal op hoge poten naar de burgervader van het dorp ging. Eindelijk! Diezelfde middag kwamen er voorzichtig twee agenten in een burgerwagentje aanzetten, die wat later door een kapotte raam het pand inklommen. De ondernemer wachtte ze op toen ze weer naar buiten kwamen. Een van de agenten meldde dat het ‘heel groot was’ en dat ze met een uitgebreid team terugkwamen. Het was ongelooflijk wat dat team later aantrof. Het betreffende pand was oorspronkelijk een koelbedrijf. De oude koelcellen stonden helemaal vol met lampen en wiet. De ruimtes tussen de systeemplafonds idem dito. Het hele vervloekte blok met stenen was van voor naar achter, van onder naar boven en tot in alle hoeken toe volgepropt met wiet. De schaal van deze zaak was er een die je zelden, ook in de berichtgeving, aantreft. Tienduizenden, tienduizenden en nog eens tienduizenden planten. Het bedrijf heeft er zeker 6 a 7 maanden - onnodig! - gezeten. Met een gemiddelde oogsttijd van tien weken kom je dan op minimaal twee hele vette oogsten van zo’n 50 gram per plant. Honderden kilo’s wiet (straatwaarde rond de 5.000 euro per kilo) zijn daar door onze EU-broeders uit getrokken. De ruiming was een gigaklus. Een geluk bij een ongeluk: door deze affaire kwam kort daarop versneld de sloopvergunning vrij.

“Eind goed al goed” zult u zeggen. Nou, nee. Energie- en waterbedrijf hadden namelijk netjes ‘alle voorzieningen afgesloten’. En dus pakte op een ochtend iets later een sloper vervaard een betontang vast om een flinke dikke stroomkabel die in de weg zat door te knippen. Het was maar goed dat de betontang geïsoleerd was en dat de man handschoenen droeg. Er bleek namelijk nog steeds 380 volt (krachtstroom) op die kabel te zitten! U begrijpt wel dat al snel werd nagegaan waar die kabel vandaan kwam. Hij bleek midden op de weg voor het pand ‘koud’ op de hoofdleiding aldaar aangesloten te zitten. Neemt u maar van mij aan dat je dat niet zomaar voor elkaar krijgt. Daar moet je eigenlijk iemand van een echt energiebedrijf voor hebben…


Repressief en antiek

Of dat nog gerechercheerd is? Dát moet u eens aan Frans Heeres, de korpschef van de Politieregio Midden- en West-Brabant, gaan vragen. Die was zich immers vorig jaar in Het Brabants Dagblad nog zo op zijn borst aan het kloppen over het drugsbeleid in Tilburg en wijde omgeving. Over de ‘effectieve aanpak’ van de thuiskweker. Het is deze man die het beleid naar ‘de kleine jongen’ toe tot en met schandaffiche blijft verdedigen. Natúúrlijk heeft de betreffende burgemeester niet de mensen om dit te onderzoeken. Die mensen heeft Heeres namelijk nodig om in Tilburg zijn repressieve en antieke aanpak van de kleine jongen te continueren. Daar scoort ‘ie mee. Als er regelmatig in datzelfde Brabants Dagblad weer eens wordt verteld over het fantastische heldendom van de invalteams. Dáár wordt de Tilburgse burger blij van. Wéér een potentieel gevaar voor onze kinderen uit de buurt verbannen! Maar vast ook weer een andere bende die ‘ontsnapt is aan de aandacht’ wegens een ‘tekort aan mankracht’. De heer Heeres is eigenlijk de vleesgeworden repressie, maar denkt de Elliot Ness van onze tijd te zijn. Als het aan mij ligt krijgt hij op staande voet en per direct zijn ontslag. Voor we straks in Tilburg, neen, in heel Midden- en West-Brabant nog geen scheet meer kunnen laten.


Reageer