In Naam Des Heeres IV: Feestje ? !

  door Marc Appels  


De tijd begint in ons kikkerlandje stil te staan. Wat? De klok begint zelfs terug te lopen! Daar kwam ik achter toen ik vorig jaar een Groot Feest wilde geven. Zo eentje dat je maar eens in de tien jaar houdt. Met 100 genodigden, een band, catering en ga maar door.

“Je hebt je vrienden niet voor het uitzoeken”, luidt het gezegde. Maar ik heb ook wel eens gehoord over “soort zoekt soort”. Zelf heb ik behoorlijk wat ‘gebruikt’, maar gelukkig later weer gelaten. Tja, en sommige van mijn oude vrienden niet. Ik kan daar wel mee leven, vooral omdat ik zo’n twintig jaar verslavingstherapeut ben geweest en toen ‘met toestemming van beide kanten’ probeerde om die ander ‘er van af te helpen’. Let wel: ben geweest! Oftewel, moet ik een oude vriend die nog steeds wél bij tijd en wijle een lijntje legt boycotten? Moet ik een gokverslaafde waarmee ik samen ‘de eenarmige bandiet’ heb gespekt afbekken omdat hij nog steeds een derde deel van zijn inkomen laat verdampen? Moet ik een blower (en hij of zij zal behoorlijk wat jointjes gerookt moeten hebben voor hij mijn quotum haalt) minachten als hij nog steeds ‘de rook om zijn hoofd niet WIL of KAN verdrijven’? (ja, dat nummer van Boudewijn de Groot gaat over wiet). Moet ik hem verraden als hij om de kosten te dempen een wietzoldertje heeft? Moet ik een zuiper of zelfs alcoholist niet uitnodigen op Mijn Grote Feest? Terwijl ik pas in 2001 mijn eigen alcoholisme onder ogen zag?!

En dus nodigde ik voor dat feest iedereen uit die ik maar kon verzinnen. Zuipers in de meerderheid, nipt gevolgde door de blowers. Nog wat Bourgondische eters, twee verdwaalde cokefreaks en zowaar drie vegetariërs en een macro-bioot. Geen heroïnejunks, want degenen daarvan die ik had willen uitnodigen zijn dood, ondanks mijn beroepsmatige inspanning. Dus ging ik aan het regelen. Bij de catering was het geen probleem, zowel een ‘Bourgondisch karakter’ als ‘aandacht voor vegetariërs en macro-idioten’ was mogelijk. Een band? Daar hoef je als oud muzikant ook niet van wakker te liggen. Hupsakee, naar de slijterij. Wacht ff, doe mij maar een thuistap, dat gesjouw met die kratten bier is niks. Rode wijn? Doe maar 30 flessen, en 15 wit. Whiskey vind ik heel moeilijk, want daar zat mijn eigen alcoholisme op verankerd. Vooruit, 7 flessen Jack Daniels, 5 flessen ‘Guy’, 2 jonge klare, 5 port en 10 prosecco voor mijn vrouw en nog wat dames. Ja, en dan kan ik het niet laten om altijd bij de slijterij te vragen of ze ook frisdrank leveren. Goed, doe de gehele frisrattaplan maar. En pinnen graag!

Dat liep me daar toch ff op rolletjes, dat feestgeorganiseer van mij! Die 2 gram coke was ook geen enkel punt om te ‘scoren’. Je hebt toch alles over voor je gasten, nietwaar? Resteerde nog de aankopen voor de blowende medemens. Naïef als ik nog steeds ben over de ‘ludieke vrijheid’ waarin in opgevoed ben. En over artikel één van de grondwet. Dat ding van ‘Gelijke gevallen worden gelijk behandeld’. Ik landde pas weer toen ik reeds in de koffieshop stond en mijn bestelling deed: 30 gram buitenwiet (niet die lampenwiet, dat is harddrugs) en voor de gemakzuchtige blower - dat zijn ze eigenlijk allemaal - 50 voorgedraaide buitenwiet joints. De mond van het jonge grietje valt wagenwijd open. Maar meneer toch! U mag maar 5 gram ineens meenemen! Ja hallo, het is geen alcohol, dat weet ik ook wel...


Reageer